Zeef de bloem en het zout in een kom. Voeg de reuzel toe en wrijf met je vingers door de bloem tot je een kruimelig mengsel krijgt.
Meng er de geraspte Parmigiano Reggiano onder.
Maak een kuiltje in het midden en voeg het ei en de witte wijn toe. Meng eerst met een vork en kneed daarna met de hand tot een soepel deeg. Wikkel het deeg in plasticfolie en laat 2 uur rusten in de koelkast.
Voor de Parmaham mousse:
Maal ondertussen de Parmaham fijn in een keukenmachine.
Voeg de ricotta toe en mix tot een gladde mousse. Doe het mengsel in een spuitzak en bewaar in de koelkast.
Afwerking:
Rol het deeg met een pastamachine of deegrol zo dun mogelijk uit, ca. 1,5 mm.
Steek cirkels uit het deeg, iets kleiner dan je cannoli-vormpjes. Je zou ongeveer 8 stuks moeten krijgen.
Trek de cirkels lichtjes uit tot ovale vormen met dezelfde lengte als je cannoli-buisjes. Rol ze rond de vormpjes en druk de overlapping goed dicht.
Verhit de arachideolie tot 180 °C.
Frituur de cannoli één voor één goudbruin in ca. 1 min.
Laat uitlekken op keukenpapier en verwijder voorzichtig de vormpjes zodra ze hanteerbaar zijn.
Spuit de mousse van Parmaham en ricotta in beide uiteinden van de cannoli. Werk af met fijngehakte kappertjes.