Haal de knoflooktenen los. Overgiet de knoflook met een scheut olijfolie.
Pof de knoflooktenen zo’n 30 tot 35 min in de voorverwarmde oven van 200°C in alufolie: gepofte knoflook en rauwe knoflook zijn een wereld van verschil. Rauwe knoflook heeft een sterke geur en is scherp. Gepofte knoflook is zacht, mild en heel diep zoet van smaak. Dat doet het goed in sauzen, soepen en dips.
Laat de hete knoflook daarna even afkoelen en knijp de zachte knoflook er dan als een soort puree uit.
Bak de kokos goudbruin in 5 min in een voorverwarmde oven van 140° C.
Doe de olie, chilipeper en gember in een grote koekenpan en zet hem op halfhoog vuur (niet te heet, dan wordt het bitter). Laat alles af en toe roerend 8 min bakken, voeg een snufje zout toe en laat nog 4 min bakken tot de chilipepers doorschijnend zijn. Meng en bak de gepofte knoflook met olie kort op halfhoog vuur.
Schep met een schuimspaan alle vaste ingrediënten op een bord dat met keukenpapier is bekleed. Meng met de kokosvlokken.
Doe de basilicumblaadjes in de koekenpan en laat ze in 2-3 min donkergroen en doorschijnend worden. Laat afkoelen op keukenpapier of in zeef.
Zeef en vang de aromatische olie op. Veeg de koekenpan schoon en gebruik voor de garnalen.
Doe een el aromatische olie in de grote sauteerpan en zet hem op halfhoog tot hoog vuur.
Voeg als de olie heet is de tomaten toe en bak ze 6-7 min tot ze geblakerd zijn en vrijwel openbarsten. Voeg de gezeefde bouillon toe en verhit hem tot hij zachtjes borrelt. Laat hem nog 3 min koken en zet hem op laag vuur terwijl je de garnalen bakt.