Meng 70 g zachte boter met 45 g poedersuiker, 15 g amandelmeel, 10 g cacaopoeder en een snuf zout in een kom.
Voeg 25 g ei, 15 g gesmolten pure chocolade en 115 g bloem toe.
Kneed alles tot een samenhangende deegbal.
Verpak het deeg in huishoudfolie en laat het zo’n 4 uur in de koelast rusten.
Haal het deeg uit de koelkast en kneed het nog even door.
Druk de deegbal plat.
Bestuif je werkblad en je deegroller met wat bloem en rol het deeg gelijkmatig uit tot 2 à 3 mm dik.
Steek met de ronde uitsteker van 8 cm doorsnede in totaal 6 rondjes uit het deeg.
Snijd uit het resterende deeg in totaal 6 lange repen.
Bekleed een bakplaat met bakpapier. Plaats hier de bakringen van 8 cm doorsnede en 2 cm hoog op.
Leg in elke bakring een deegrondje.
Bekleed de rand van elke bakring met een reep deeg. Snijd het overtollige deeg netjes langs de rand weg.
Prik met een vork een aantal gaatjes in de bodem.
Plaats de taartjes 30 minuten in de koelkast.
Verwarm de oven voor op 170°C (boven- en onderwarmte).
Bak de taartjes in het midden van de voorverwarmde oven in ca. 20-25 min gaar.
Haal de bakplaat uit de oven en laat de taartjes afkoelen.