Breng de visbouillon met laurier, peperkorrels en citroen zachtjes aan de kook.
Zet het vuur lager zodat de bouillon net onder het kookpunt blijft, ca. 80°C.
Leg de kabeljauw voorzichtig in de bouillon en laat 8 à 10 min pocheren tot hij net gaar is en het vlees mooi glanst.
Schep de kabeljauw voorzichtig uit de bouillon en houd warm.
De kabeljauw garen in de stoomoven kan ook: leg de kabeljauw op een licht ingevette, geperforeerde stoomschaal en gaar 8 à 10 min in de stoomoven op 85–90° C met 100% stoom. De kabeljauw is perfect wanneer hij net glazig is en de lamellen zacht uit elkaar vallen.
Voor de karnemelkaardappelpuree:
Schil de aardappelen, snijd ze in gelijke stukken en kook gaar in gezouten water. Giet af en laat even uitdampen.
Verwarm melk en boter samen.
Stamp de aardappelen fijn en voeg geleidelijk de warme melk en boter toe.
Voeg daarna de karnemelk toe (niet koken, anders schift het). Breng op smaak met zout, peper en eventueel nootmuskaat.
Voor de gestoofde spinazie:
Was de spinazie goed en verwijder dikke stelen.
Smelt de boter in een grote pan en fruit de sjalot en knoflook zacht aan.
Voeg de spinazie toe in delen en laat slinken. Breng op smaak met zout, peper en nootmuskaat.
Laat eventueel uitlekken zodat het niet te vochtig is.
Voor de gebakken cantharellen:
Maak de cantharellen schoon.
Smelt de boter in een kleine pan op middelhoog vuur. Voeg de sjalot toe en laat zacht glazig worden zonder te kleuren.
Voeg de cantharellen toe en bak 3–4 min. Laat ze eerst hun vocht lossen en daarna licht kleuren. Roer voorzichtig.
Breng op smaak met een snuifje zout, witte peper en enkele druppels citroensap. Werk eventueel af met een beetje fijngehakte kruiden.
Voor het aardappelschijfje:
Schil de aardappel en snijd met een mandoline in dunne schijfjes van ca. 2 à 3 mm.
Steek met een ronde uitsteker mooie cirkels uit.
Stoom de schijfjes 2 min tot ze net gaar zijn en laat afkoelen op bakpapier.
Voor de gepofte aardappelblokjes:
Schil de aardappelen en snijd in blokjes van ca. 1,5 cm.
Leg de blokjes 1 nacht in koud water met 1 el azijn om het zetmeel af te breken. Spoel de volgende dag af en droog goed.
Frituur de blokjes in olie op 180°C tot ze poffen en mooi kleuren. Breng op smaak met peper en zout.
Laat afkoelen en meng met fijngesneden bieslook.
Voor de bearnaisesaus:
Kook in een pannetje de azijn, het water, de sjalot en de helft van de dragon tot de vloeistof tot de helft is ingekookt. Zeef de reductie.
Klop de eidooiers met de reductie tot een luchtige, dikke massa.
Voeg langzaam de geklaarde boter toe in een dun straaltje terwijl je blijft kloppen.
Breng op smaak met zout, peper, de resterende dragon, kervel en eventueel wat citroensap.
Afwerking:
Duw de uitgelekte spinazie in een ring op een warm bord.
Schik er een gestoomd aardappelschijfje op.
Schep er wat cantharellen bij.
Strooi gepofte aardappelblokjes over de kabeljauw.
Plaats de kabeljauw op het spinazie-aardappeltorentje.
Serveer de bearnaisesaus er in een pannetje apart bij.